Hieronder volgt een overzicht van de veel gestelde vragen met betrekking tot het deponeren en hergebruiken van informatie van het e-depot Nederlandse archeologie
Alle noodzakelijke maatregelen nemen zodat we over 10 jaar een bestand met archeologsiche informatie nog kunnen gebruiken
Digitale duurzaamheid is meer dan regelmatig een back-up maken van de bestanden. Niet alleen de hardware en opslagmedia veranderen, ook de software kent steeds nieuwe versies. Dit betekent dat de bestanden die nu aangeleverd worden in een bepaald software formaat, over een paar jaar wellicht niet meer bekeken kunnen worden in de software die we dan gebruiken.
Het e-depot archiveert daarom elk bestand zowel in het oorspronkelijke (native) formaat als in een formaat waarvan vermoed wordt dat dit duurzaam leesbaar blijft (archival format). Veelal zijn dat eenvoudige tekstuele bestanden, die zo weinig mogelijk afhankelijk zijn van specifieke software. Op deze manier is de kans zo groot mogelijk dat bestanden over tientallen jaren nog toegankelijk zijn. Indien een speciek archival format niet langer ondersteund lijkt te gaan worden, zal het e-depot een conversie uitvoeren.
Milco Wansleeben, 01-03-2010
Een onveranderlijke verwijzing naar een archeologische bron op het web
Elke dataset die in het e-depot wordt gedeponeerd, ontvangt automatisch een persistent identifier. Dit is een unieke identificatiecode, vergelijkbaar met een ISBN nummer. DANS gegarandeerd dat deze persitent URL altijd blijft bestaan en de gebruiker doorverwijst naar de juiste locatie op het web.
Dit is van belang omdat op deze manier altijd op dezelfde wijze verwezen kan worden naar de plek van de digitale gegevens. Dit betekent dat deze hyperlink altijd blijft werken. De code kan bijvoorbeeld zonder problemen opgenomen worden in een literatuurlijst als referentie.
Bijvoorbeeld:
Louwe Kooijmans, L.P. & L.B.M. Verhart (2006), Molenaarsgraaf - Hazendonk, persistent identifier: urn:nbn:nl:ui:13-g4d-cbe
Milco Wansleeben, 01-03-2010
Dat is afhankelijk van de aard van het onderzoek
Vanzelfsprekend levert een bureauonderzoek andere gegevens op dan een booronderzoek of een definitieve opgraving. Het e-depot voor de Nederlandse archeologie is bedoeld voor originele en herbruikbare, digitale gegevens. Het karakter en de omvang van de gegevens zal per onderzoekstype sterk verschillen.
In principe komt alle documentatie die digitaal is vastgelegd in aanmerking voor archivering. Bij voorkeur worden dan ook alle bestanden die eventueel relevant kunnen zijn voor toekomstig archeologische onderzoek, in het e-depot opgenomen. Voor alle duidelijkheid, geven wij in het volgende overzicht per onderzoekstype aan wat er tenminste aangeleverd moet worden. In de KNA staat dit ook per protocol aangegeven.
Voor alle onderzoeken geldt dat goed versie-beheer noodzakelijk is tijdens het onderzoek. Bij het archiveren gaat het alleen om de laatste, meest complete en gecontroleerde versie van de gegevensbestanden.
Marjolein van den Dries, 14-01-2010
Het rapport
In principe levert een bureau-onderzoek geen nieuwe digitale gegevens op, het eindproduct is veelal alleen een rapport met kaarten en een advies voor het vervolgonderzoek. Het e-depot is bedoeld voor het toegankelijk maken van nieuwe, herbruikbare onderzoeksgegevens.
Dit betekent dat na afronding van een bureau-onderzoek alleen originele data gedeponeerd worden. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als er een database met gegevens is ontstaan door interviews met en/of inventarisaties bij van amateurarcheologen in een bepaalde regio.
Marjolein van den Dries, 14-01-2010
Het rapport en bij meer dan 10 boringen de databestanden
Een booronderzoek levert nieuwe informatie op: de boorgegevens. In het geval van een heel kleine booronderzoek bestaat de gegevens slechts uit een paar boringen die veelal in een bijlage in het eindrapport zijn opgenomen. Het archiveren van enkele losse boorstaten van één specifiek project in de vorm van de database lijkt, gezien de herbruikbaarheid, minder zinvol. Het aanleveren van de pdf van het eindrapport met bijlage kan dan volstaan. Het is in deze gevallen dus niet verplicht om ook een tabel bij het e-depot aan te leveren.
Bij booronderzoeken van enige omvang, als praktische grens is meer dan 10 boringen gekozen, moet er wel een apart boorbestand bij het e-depot worden aangeleverd! Immers, dit zijn digitale gegevens die voor andere onderzoekers herbruikbaar zijn. Soms zijn er dan ook andere bestanden, zoals een tabel met vondstbeschrijvingen. Om de gegevens compleet te maken (en ter verduidelijking) raden wij aan om met die gegevens ook het eindrapport te deponeren. Op deze manier zijn de onderzoeksgegevens en het rapport bij elkaar te vinden.
Marjolein van den Dries, 14-01-2010
Alle digitale gegevens
Na afronding van een IVO-proefsleuven is er doorgaans een volledige dataset aan archeologische gegevens. Het is waardevol als alle digitale bestanden aan het e-depot worden overgedragen. Dit betreft immers origineel, herbruikbaar digitaal materiaal. Alle beschrijvingen, kaarten, foto’s en tekeningen mogen in het originele bestandsformaat worden aangeleverd bij het e-depot. Voor de volledigheid vragen wij ook om het eindrapport te deponeren. Veel informatie over de context en betekenis van de gegevens zijn immers in het rapport beschreven.
Marjolein van den Dries, 14-01-2010
De volledige dataset
Na afronding van een opgraving zijn er doorgaans heel veel nieuwe archeologische gegevens vastgelegd in digitale vorm. In de KNA is afgesproken dat het verplicht is om de digitale bestanden die in het PvE zijn gespecificeerd te deponeren. Momenteel wordt echter steeds meer digitaal vastgelegd en geanalyseerd. Alle digitale bestanden mogen aan het e-depot worden overgedragen, het is immers origineel, herbruikbaar materiaal voor toekomstige archeologen.
Alle beschrijvende gegevens (veldgegevens, vondstgegevens) in databases of spreadsheets, digitale foto’s, gevectoriseerde of gescande veldtekeningen, GIS-bestanden en (dag)rapporten komen in aanmerking. De bestanden mogen in het originele bestandsformaat worden aangeleverd bij het e-depot. Een goede selectie van de laatste, complete versie van elk bestand is wel belangrijk. Ook geldt dat afgeleide informatie (bijv. een kopie van enkele gegevens om daarmee een grafiek te maken in een spreadsheet) niet apart gedeponeerd hoeven te worden.
Voor de volledigheid vragen wij aan om ook het eindrapport te deponeren. Het rapport beschrijft immers veel van de context en structuur van de brongegevens.
Marjolein van den Dries, 14-01-2010
De specialistische gegevens en rapportage
Een groot deel van het specialistisch onderzoek (hout-, bot-, aardewerk, vuursteen of ecologisch onderzoek) wordt in opdracht gedaan. Het onderzoek maakt deel uit van een groter project en de onderzoeksresultaten worden meestal (in verkorte versie) opgenomen in het eindrapport van de opgraving. De opdrachtgever zal de digitale gegevens van een specialist (deels of in samenvatting) ook deponeren in het e-depot.
Het e-depot vindt dat de originele gegevens van het door de specialisten uitgevoerde onderzoek, zeker voor andere specialisten, de moeite van het duurzaam bewaren waard zijn.
Deponeer bij het e-depot dus bij voorkeur de laatste, volledige versie van de volledige specialistische gegevens, liefst samen met het specialistische onderzoeksrapport. Daar waar mogelijk wordt er een link gemaakt tussen de dataset van het specialistische onderzoek en integrale opgravingsproject.
Marjolein van den Dries, 14-01-2010
Natuurlijk mag dat, mits dat electronisch archief (repository) een zogenaamde trusted digital repositories is.
Er komen steeds meer organisaties die een eigen electronisch archief opzetten. Zo zijn er voor digitale publicaties zowel een landelijk repository bij de Koninklijke Bibliotheek (KB), als locale repositories bij de verschillende Universiteitsbibliotheken (DAREnet/ Narcis-project). DANS biedt een landelijk data archief, maar is tevens voorstander van een netwerk van locale 'data centers'. Zolang die locale repositories maar voldoen aan bepaalde minimum eisen ten aanzien van digitale duurzaamheid en toegankelijkheid worden die initiatieven van harte ondersteund. Door de verschillende repositories (publicaties en databestanden) in een 'networked service' op te nemen, kunnen alle samenhangende digitale documenten (resources) weer geïntegreerd ontsloten worden.
Er zijn een aantal criteria geformuleerd waaraan een trusted (data) repository zou moeten voldoen, het gaat er daarbij ondermeer om:
Ook in de Nederlandse archeologie zullen we op termijn steeds meer repositories in gebruik worden genomen. Bijvoorbeeld: de onderzoeksrapporten staan in een digitale bibliotheek bij de RCE, databestanden bij DANS en de proefschriften bij de KB. Daarnaast kan ook gedacht worden aan gespecialiseerde diensten zoals de DINO-databank voor boorgegevens of de beeldbank van de Universiteit van Amsterdam, waarin onder andere de veldfoto's en gescande veldtekeningen van het AAC zijn opgeslagen.
Milco Wansleeben, 14-11-2009
Tussen DANS en de RCE is de volgende principe afspraak gemaakt:
Tussen de RCE en het e-depot Nederlandse archeologie is afgesproken dat de eindrapporten aan de RCE worden aangeleverd (dit staat ook in de opgravingsvergunning). De RCE zorgt ervoor dat de digitale publicaties (onderzoeksrapporten) beschikbaar worden gesteld. Dit betekent dus dat alle onderzoeksrapporten vanaf 2008 aan de RCE worden aangeleverd.
Het e-depot zorgt voor de digitale gegevens (de datasets) zoals in de KNA 3.1 is aangegeven.
Dit betekent dat digitale rapporten per e-mail of op cd-rom aan het Archis-meldpunt worden aangeleverd. Vanuit Archis zijn de rapporten opvraagbaar, via een kloppeling met Livelink. De digitale duurzaamheid van pdf-bestanden kan, op advies van de KB, het best worden gegarandeerd als deze in het zogenaamde pdf/A format worden aangeboden. In of bij het rapport moet altijd het onderzoeksmeldingsnummer vermeldt worden.
Het onderzoeksmeldingsnummer wordt ook gebruikt om de digitale publicaties en datasets te kunnen koppelen. Digitale rapporten mogen natuurlijk ook, als integraal onderdeel van de geheel digitale (opgravings)documentatie, bij DANS worden aangeboden. Archivering op meerdere plekken verhoogt de veiligheid en toegankelijkheid.
Milco Wansleeben, 14-11-2009
De groep van bestanden die bij één onderzoeksproject horen.
Een dataset omvat de groep van bestanden die bij één onderzoeksproject horen. Tegenwoordig worden er tal van verschillende digitale bestanden aangelegd bij een archeologisch onderzoek. Dat kan bestaan uit tekstdocumenten voor de dagrapporten en publicaties, tabelgegevens in een spreadsheet of database, opgravingsplattegronden in CAD of GIS toepassingen, digitale veldfoto's, opgemaakte publicatietekeningen en/of gescande veldtekeningen. Alle bestanden samen vormen de digitale documentatie van een opgraving of onderzoek: een dataset.
Milco Wansleeben, 14-11-2009
Metadata is beschrijvende informatie over de digitale bestanden.
Onder metadata - 'gegevens over de gegevens' - wordt de beschrijvende informatie verstaan, die duidelijk maakt wat de structuur en inhoud van de digitale bestanden is. Voor de onderzoekers die de databestanden zelf hebben aangelegd, zal het meteen duidelijk zijn waarom bepaalde bestanden in een bepaalde directory staan, wat bepaalde variabelen exact inhouden of wat de gebruikte coderingen precies betekenen.
Voor een archeoloog die de documentatie van een opgraving of onderzoek niet kent is dat een stuk lastiger. Er is metadata nodig om dat te beschrijven en duidelijk te maken. Zonder die metadata heeft het bewaren van de digitale bestanden eigenlijk geen zin.
Daarnaast is door de metadata een dataset vindbaar in EASY. Hoe nauwkeuriger en gedetailleerder beschreven, hoe beter vindbaar en toegankelijk de data
Milco Wansleeben, 14-11-2009
In het e-depot kennen we drie niveau’s van metadata
De gegevens over de gegevens zijn er op het niveau van het project, het niveau van de individuele file en over de inhoud van de file (het codeboek).
Gerelateerde vraag: Wat is 'metadata'?
Gerelateerde informatie: Wegwijzer Digitaal Deponeren Archeologie
Milco Wansleeben, 01-03-2010
Uw digitale gegevens blijven duurzaam gearchiveerd, toegankelijk en bruikbaar.
Na afronding van elk archeologisch onderzoek worden de digitale gegevens opgeslagen. Behalve een digitale eindrapportage zullen databases, meetgegevens, veldtekeningen, foto’s, vondstenlijsten en dagrapporten tot de digitale gegevens behoren. Dit is uiteraard afhankelijk van het soort onderzoek. De archivering wordt waarschijnlijk gedaan op een (lokale) server, een cd of dvd. Dit betekent dat de gegevens niet duurzaam opgeslagen zijn, immers een cd heeft niet het eeuwige leven. Daarnaast zijn de gegevens zijn niet toegankelijk voor andere wetenschappers. Door uw gegevens bij het e-depot te deponeren, wordt de duurzaamheid en toegankelijkheid geregeld.
Gerelateerde vraag: Wat is 'metadata'?
Gerelateerde vraag: Wat moet ik doen als ik gegevens uit het e-depot gebruik?
Milco Wansleeben, 14-11-2009
Om zoveel mogelijk onderzoekers de kans te geven de data te laten hergebruiken
Het oorspronkelijk bestand (native format) is gemaakt met een computerprogramma van een bepaalde softwareleverencier (proprietary software) en met een bepaalde versie van die software. Als die specifieke software niet meer op een (toekomstige) computer gedraaid kan worden, is het digitale gegevensbestand feitelijk onleesbaar geworden.
Om dit te voorkomen worden alle bestanden geconverteerd naar een bestandsformat waarvan de digitale duurzaamheid eenvoudiger kan worden gegarandeerd. Bij het e-depot is er voor gekozen zoveel mogelijk eenvoudige tekstuele bestanden te gebruiken als archief format.
Tekstuele (ASCII) bestanden kunnen eigenlijk altijd weer worden ingelezen. Zo kan een database tabel, die als comma seperated value (CSV) file is gearchiveerd in vrijwel elk database, spreadsheet, statistisch programma of GIS-systeem worden geïmporteerd. Dat geldt nu, maar waarschijnlijk ook voor toekomstige computers die een heel ander besturingssysteem en toepassingssoftware zullen kennen. Van de archiefformaten is de technische structuur in het e-depot beschikbaar, zodat in het ergste geval een toekomstig programmeur altijd een converieprogramma kan maken.
Door een goed gekozen archiefformat wordt dus zowel de digitale duurzaamheid als de uitwisselbaarheid (interoperability) gediend.
Gerelateerde vraag: Waarom zou ik mijn bestanden bij het e-depot deponeren?
Milco Wansleeben, 14-11-2009
Niets anders dan bij wetenschappelijk onderzoek gebruikelijk is.
Wanneer U een publicatie gebruikt als bron voor Uw onderzoek, neemt U in de tekst een literatuurreferentie op. Daarmee respecteert U de oorspronkelijke auteur(s) en zorgt U er voor hij/zij de credits voor het wetenschappelijke onderzoek ook kan krijgen. Datzelfde principe geldt ook voor het hergebruik van digitale publicaties of digitale gegevens. Ook als U de digitale gegevens op een andere manier presenteert, opnieuw analyseert of verder bewerkt blijft een eenduidige bronvermelding verplicht.
Elke gearchiveerde dataset bij het e-depot heeft een uniek identificatienummer. Bij het citeren van een digitale bron zou naast de naam van de auteur(s), titel van het onderzoek en de datum, ook het unieke identificatienummer vermeld moeten worden. Het e-depot zorgt er voor dat deze digitale informatie, zo lang mogelijk, op datzelfde webadres toegankelijk blijft (persistent URL).
Vermeld bijvoorbeeld:
Peeters, J.H.M. & J.W.H. Hogestijn, 2005, De mesolithische en vroeg-neolithische vindplaats Hoge Vaart-A27, te Almere Flevoland (1994-1997), urn:nbn:nl:ui:13-xkx-dfx .
Milco Wansleeben, 14-11-2009
Advies en documentatie
Het e-depot kan slecht beperkt help bieden bij het importeren van gegevens in uw eigen applicaties. Omdat wij uw technische omgeving niet kennen en omdat daarvoor de tijd ontbreekt. Uw eigen locale systeem- en applicatiebeheerders of ervaren collega's vormen een eerste aanspreekpunt.
Wij voorzien u graag van advies, en op termijn zal er documentatie beschikbaar worden gesteld, speciaal gericht op het hergebruik van gegevens uit het e-depot. Hierin wordt aandacht besteed aan de technische aspecten en het effectief zoeken van informatie, beoordelen van de bruikbaarheid en kwaliteit, hergebruiks-beperkingen en auteursrechten.
Indien u technische onvolkomenheden aan de bestanden in het e-depot ontdekt, wilt u dit ons melden zodat wij daar adequaat op kunnen reageren.
Milco Wansleeben, 14-11-2009
Dat is afhankelijk van de software die u gebruikt voor het maken van pdf-bestanden
De Koninklijke Bibliotheek (KB) heeft richtlijnen opgesteld waarmee het duurzaam bewaren en leesbaar houden van tekstuele documenten in pdf (portable document format) mogelijk moet worden. De KB adviseert om alle pdf documenten in één van de zogenaamde pdf/A-varianten op te slaan. Daardoor wordt er worden bijvoorbeeld automatisch voor gezorgd dat alle lettertypes die in het document zijn gebruikt, in het pdf-bestand zelf zijn opgenomen. De tekst blijft dan ten alle tijden leesbaar.
Voor meer adviezen op het terrein van digitaal duurzame bestandsformaten en archivering wordt doorverwezen naar de website van de Nationale Coalitie Digitale Duurzaamheid (NCDD)
Milco Wansleeben, 14-11-2009
Open Access waar mogelijk
In principe is DANS voorstander van Open Access. Het online archiefsysteem EASY is dan ook toegankelijk voor iedereen. Gebruikers kunnen altijd de beschrijvende informatie over de dataset vinden en bekijken. Voor het downloaden van bestanden moeten alle wetenschappers, ongeacht vakgebied, zich eerst registreren. Voor de archeologische gegevens is het mogelijk om de toegang te beperken tot onderzoekers die beroepsmatig in de archeologie werkzaam zijn.
Milco Wansleeben, 01-03-2010
Zeker niet, daarin kan de deponeerder per dataset zelf een keuze maken.
De meest openbare vorm van toegang is Open Access tot de gegevensbestanden. Dit betekent dat de files beschikbaar zijn voor alle wetenschappers die in EASY zijn aangemeld, ongeacht welke discipline.
Archeologen kunnen er voor kiezen om de gedeponeerde bestanden alleen toegankelijk te maken voor andere archeologische instellingen en onderzoekers. De regel die wordt gehanteerd komt overeen met het toegangsbeleid tot Archis. Toegang tot de archeologische groep is voorbehouden aan diegenen die werkzaam zijn in de professionele archeologie of student archeologie zijn.
Mocht het nodig of gewenst zijn, dan is er ook nog een derde optie in EASY: persoonlijk toestemming verlenen. De deponeerder krijgt op het opgegeven e-mail adres een met reden omkleed verzoek dat er toegang tot één van zijn datasets is aangevraagd. De deponeerder kan zelf bepalen of er toestemming gegeven wordt aan de andere onderzoeker.
Daarnaast kunnen de databestanden nog even niet toegankelijk zijn, er is een mogelijkheid een embargo (maximaal 2 jaar) in te stellen. Na het verlopen van de embargo-periode treedt één van de drie gekozen categorieën in werking: alle egeregistreerde gebruikers, alleen voor archeologen, alleen na persoonlijke toestemming.
Milco Wansleeben, 01-03-2010
Bronvermelding verplicht, wetenschappelijk hergebruik toegestaan
Het e-depot maakt de onderzoekers die bestanden uit het e-depot haalt er op attent dat er in de publicaties die gebruik maken van deze gegevens er een eenduidige bron vermelding (auteur, datum, titel en (web)locatie) moet worden opgenomen.
Hergebruik van gegevens uit het e-depot volgt de principes van bijvoorbeeld Creative Commons en de universitaire gedragsregels van de VSNU. De gegevens mogen uitsluitend voor het eigen (wetenschappelijk) onderzoek worden gebruikt. Dit betekent dat commercieel gebruik (verkoop) of het weer verder verspreiden van de gedownloade bestanden niet zijn toegestaan. Daarvoor moet altijd eerst contact met de oorspronkelijke deponeerde worden opgenomen.
Het hergebruik van databestanden levert doorgaans weer nieuwe onderzoeksgegevens op, onderzoekers wordt gevraagd de nieuw verkregen resultaten ook weer in het e-depot op te nemen.
Milco Wansleeben, 01-03-2010
Nee, hergebruik is gratis
Het e-depot wil het hergebruik zoveel mogelijk stimuleren. Het downloaden en hergebruiken van digitale bestanden uit het e-depot is dan ook in principe kosteloos. Zelfs een relatief klein bedrag per digitaal bestand kan al een drempel voor het (her)gebruik opwerpen. Dat willen we juist zoveel mogelijk voorkomen. Het duurzaam archiveren van de digitale gegevens gebeurt immers om de bestaande gegevens zo eenvoudig en veelvuldig mogelijk te kunnen hergebruiken.
Voor heel specifieke bestanden, zoals van de Topografische dienst of Rijkswaterstaat, kunnen met de deponeerder afspraken zijn gemaakt over het berekenen van (aankoop)kosten. Voor wetenschappelijk gebruik zal dan veelal wel een (zeer) sterk gereduceerd tarief zijn overeengekomen.
Milco Wansleeben, 14-11-2009
De onderzoeker zelf
De deponeerder van een dataset blijft behoudt het copyright en de auteursrechten van de gedeponeerde bestanden. Wanneer een archeoloog werkzaam is bij een bedrijf en de onderzoeksdata namens het bedrijf deponeert, blijven de rechten bij het bedrijf.
Bij het deponeren van de digitale bestanden wordt per e-mail de licentieovereenkomst afgesloten. Daarin worden de rechten en de plichten van de deponeerder en het e-depot afgesproken. Dit noemen we een non-exclusieve licentie voor de elektronische distributie. Hiermee krijgt het e-depot het recht om de gedeponeerde bestanden, via elektronische media, voor onderzoeksdoeleinden ter beschikking te mogen stellen aan derden. De deponeerder mag ten alle tijden dezelfde bestanden of publicaties ook via andere websites, repositories (bv van een universiteit) of media verspreiden, uitgeven of vermenigvuldigen.
Gerelateerde informatie: auteursrechten (Surffoundation)
Milco Wansleeben, 14-11-2009
In het format van de software waarmee U de bestanden heeft gemaakt
In principe accepteert het e-depot alle bestandsformaten. Sommige bestandsformaten hebben daarbij wel onze voorkeur, omdat ze makkelijk en snel door het e-depot kunnen worden verwerkt. Als het om een computertoepassingen gaat die slechts door weinig onderzoekers wordt gebruikt of waarvoor specifieke hardware nodig is, kan dat echter problemen opleveren. De aangeleverde bestanden kunnen dan door ons niet naar een bestandsformat worden omgezet, dat duurzaam voor een brede groep onderzoekers leesbaar en herbruikbaar is. In overleg kan de deponeerder dan gevraagd worden om een (eerste) conversie uit te voeren.
Milco Wansleeben, 14-11-2009
Nee, het e-depot stelt geen eisen aan de inhoud van de digitale bestanden.
De manier waarop de digitale documentatie van een archeologisch onderzoek is opgezet, is sterk afhankelijk van de vraagstellingen en de gevolgde werkwijze. Ook de beschikbaarheid van bepaalde software of de kennis en ervaring van de uitvoerder(s) leidt er toe dat digitale documentatie zowel in vorm en inhoud per project zal verschillen. Het e-depot accepteert dan ook alle digitale bestanden en verwacht niet dat de deponeerder alle gegevens converteert naar één structuur. De enige voorwaarde die het e-depot wel stelt, is dat de bestanden goed gedocumenteerd zijn. De structuur en inhoud moeten in de metadata op een dusdanige wijze expliciet worden uitgelegd, dat een andere onderzoek de gegevens zelfstandig kan begrijpen en hergebruiken.
Gerelateerde vraag: In welk bestandformaat moeten de bestanden worden aangeleverd?
Gerelateerde vraag: Uit welke onderdelen moet de metadata bestaan?
Milco Wansleeben, 14-11-2009